De dag dat ik een Dalmatiër werd
De dag dat ik een Dalmatiër werd
Het begint met een stevige verkoudheid, gepaard gaand met lokale hoestbuien en wild overvliegende bacillenregens. Marloes heeft een lekke band, mailt ze. Ik zeg niets over de bezwering waarin we zijn beland, de vloek die over ons is uitgesproken, de oorlogsverklaring die ons ten gronde gaat richten. Zo voel ik het ineens. Het einde van mijn leven is nabij. Als ik na het lezen van haar mail naar buiten loop, is het rubber rond het rechtervoorwiel van mijn auto aan gord. Een dag later heeft Marloes kiespijn. Nog voordat ik op haar mail reageer, ligt ze al in de stoel van een onbarmhartige tandarts. Verstandskies moet eruit. Ik sidder en voel een hevige pijn aan de rechterkant van mijn mond. Het kan niet, ben twee weken terug nog op controle geweest. Ik wil een man zijn, voel niets, slik paracetamol als speeksel en lach alles weg, zoals ik al mijn hele leven alles weg lach, vooral de liefde. Tineke, Anouk, Geri, Monica, Marylou, Bertha, Saartje, Sarah, andere Sarah, Mieke en Lisa. Gouden tijden meegehad, maar uiteindelijk gaan ze weg. Alleen kijken, niet kopen, als een Nederlandse toerist in Lloret de Mar.
De volgende dag lig ik in dezelfde stoel als waarin Marloes lag. Ik meen haar geur nog te ruiken. 'Ga je nog op vakantie? Da's goed om te weten voordat we rigoureuze maatregelen nemen', zegt de tandarts. Hij lacht erbij. Ik lach niet terug, want ik weet wat er gaat komen, het hele rijtje kiezen aan de rechter bovenkant moet eruit, waarna een verschrikkelijk pijnlijke worteloperatie zal volgen, alleen te overleven door krijgers die niet terugdeinzen voor een bloedspat meer of minder. Ik ga de tunnel zien. Dag vader en dag moeder, dag zuster Ursula. Ik zie het hier niet zitten, ik ga naar Amerika.
'Rustig aan doen, niet teveel op kauwen en af en toe een paracetamol nemen', lacht dokter Sigaar dertig seconden later. 'Wortelontsteking, gevolg van je verkoudheid, is naar beneden gezakt. Als het aan het einde van de week nog pijn doet, moet je terugkomen.' Ik voel me belachelijk, als een klein kind die met een bloedende vinger naar het ziekenhuis wil. De pijn is weg. De wrede boeman neemt me in de maling, tart me, wil zien of ik terugvecht. Maar ik kan niet terugvechten, niet zonder Marloes, we moeten hier samen uitkomen, alsof we moeten knokken om een reddeloos verloren huwelijk te redden. Maar ze is er niet, wil me niet zien lijkt het wel, in de macht van het kwaad, of is zij het kwaad. Ik weet het niet meer, word langzaam gek, zit precies in de hoek waar ze me willen hebben.
'Ik weet wat het is', zegt Marloes als ze toch weer een mailtje stuurt. 'De marsmannetjes komen ons halen' Ze schrijft het op als een grap, een slechte grap, een grap met een pijnlijke stilte na het plot. 'Voodoo', oppert ze zelfs. De verschrikkelijke waarheid dringt tot me door. Marloes doet me dit aan. De verkoudheid, de lekke band, de kiespijn, de depressie, de financiële tegenvallers. Het is allemaal het voorspel van een verschrikkelijke afrekening die ze later komt brengen. Ze is gezonden door een uit Cupido's liefdesrijk verstoten nar en wil mijn falen in de liefde vergelden. Minachting en besluiteloosheid komen me duur te staan. Ontelbare keren hebben meisjes in mijn ogen gekeken en wilden ze de woorden uit mijn mond trekken. 'Zeg dat je verliefd op me bent, Mick Zevenen, en kus me!' Ik zag het, ik las het verlangen, de hoop, de zucht, de hang, de honger, de dorst, maar ik glimlachte het weg, maakte grapjes, ontweek oogcontact, maakte aanstalten mijn auto te starten.
Oh God nee, opzet was niet in het spel, echt niet. Eerder twijfel, altijd die twijfel, verlegenheid en angst. Angst om goede vriendinnen kwijt te raken. Niets zo makkelijk als het zoenen van een onbekende Godin in een ordinair toeristenoord of in een achteraf discotheek op het platteland. Kijken, praten, zoenen en elkaar nooit weer zien. 'Ik bel je nog wel' zeggen, maar weten dat je liegt en dat zij ook wil dat je liegt. Anders is het met degenen waarvan je echt houdt. Neem Monica. Jaar verliefd op geweest. Slapeloosheid, nachtwandelingen door de stad, jenever in de ochtend, brieven als boeken, heftig verlangen, niet te stillen honger. Toen ze zei dat ze van me hield, moest ik om haar lachen. 'Gek', zei ik, terwijl ik aan het telefoneren was met Marylou. Ging die avond met Lou naar de film. 'Waarom doe je me dat aan?', vroeg Monica. Ik wist het niet. Toen ik iets te uitbundig om Saartje moest lachen, nam ze me apart. 'Ik weet het wel hoor, je bent verliefd op Saartje, lul!' Gekmakende jaloezie. Wederzijds. Monica kreeg verkering met Harwin, de mooiste jongen van de stad, type droomprins, filmster, balletdanser, topindustrieel. Was knettergek van Monica en werd dat uiteindelijk ook bijna letterlijk. Het ging uit. 'Harwin dacht dat ik verliefd op jou was', zei ze en we moesten er samen om lachen. Liefde zou de vriendschap kapot maken.
Bertha kwam later. Veel jonger dan ik. Bleef haar zien als een kind. Was ze al lang niet meer. Haar alternatieve kleding benadrukte haar ongerepte schoonheid. Donker, ogen als koraalriffen, mond waar Brigitte Bardot jaloers op zou zijn en onwaarschijnlijk grappig. 'Ze lijkt op haar moeder', zeiden vrienden afkeurend, maar ik vond haar moeder ook zo leuk. Bertha werd te waardevol voor me om op te offeren voor iets dat pubers verkering noemen. Als het mis zou gaan, zou ik haar kwijt zijn. De story of my lovelife. Vrouwen die mij willen, zijn wegwerpproducten. Plastic bekers die je in een prullenbak langs een Franse snelweg dumpt. Vrouwen die ik wil, zijn me zo dierbaar, dat ik bang ben alles kapot te maken door ze de liefde te verklaren.
En daarvoor word ik nu gestraft. Kruisiging, langzame marteldood, nagels uit tenen trekken, testikels verbranden, hoofdhuid scalperen. Ik zal het moeten doorstaan. Hoe het gaat gebeuren is aan Marloes, maar dat het gaat gebeuren is zeker. Niemand verloochent de liefde, niemand omzeilt de hartstocht, niemand mist de afslag naar het hart. Ik heb het geprobeerd en zal ervoor lijden en als voorbeeld worden gesteld voor eventuele volgelingen. 'Dit is Mick, hij dacht sterker te zijn dan de liefde', zal de gids vertellen, als hij een gezelschap middelbare scholieren door mijn isoleercel leidt. Ik zal blaffen en zeggen dat ik een pitbullterrier ben.
De telefoon gaat. Gerinkel van haat, verderf en walging. 'Woef', hijg ik in de oren. 'Wat doe je gek.....met Marloes.' 'Wrrrr, woef', sneer ik. 'Mafkees!', zegt ze, voordat ze de meest verbijsterende zin die ik ooit heb gehoord, door de lijnen van de PTT smijt. 'Mick, ik wil met je trouwen!' Met mijn linker voorpoot gooi ik de oren op de haak. Mijn vacht gaat recht overeind staan. Het is ze gelukt. Mick Zevenen is een Dalmatiër geworden.

























Reacties